Het Donatieproces
Voorlichtingsgesprek en weefseltypering.
Als u overweegt een nier af te staan, volgt op de aanvraag een uitvoerig en vrijblijvend voorlichtingsgesprek op de polikliniek. Bij het eerste bezoek licht de verpleegkundig specialist u voor over alle facetten die deze vorm van transplantatie met zich meebrengt. Deze bespreekt uw motivatie met u, maar ook de voorbereidingsprocedure voor de operatie en de mogelijkheid om ervaringen uit te wisselen met andere donoren.Tijdens dit bezoek wordt bloed afgenomen voor het verrichten van een uitgebreide weefseltypering.
Bloedgroepbepaling en weefseltypering.
Er bestaan verschillende bloedgroepen: A, B, AB en 0. De bloedgroepen hoeven voor een donatie niet hetzelfde te zijn, maar moeten elkaar wel verdragen. Hiervoor zijn speciale regels.
Een donor met bloedgroep 0 noemen we 'de universele donor'. Deze donor kan doneren aan een patiënt met bloedgroep A, B, AB en 0. Wanneer een patiënt met bloedgroep 0 zelf een orgaan nodig heeft, kan hij uitsluitend ontvangen van een donor met bloedgroep 0.
Een donor met bloedgroep B kan doneren aan een ontvanger met bloedgroep B en AB. Wanneer hij de patiënt is, kan hij ontvangen van een donor met bloedgroep B of 0.
Bloedgroep A en 0 zijn in Europa de meest voorkomende bloedgroepen. De bloedgroepen B en AB komen minder vaak voor.
Weefsteltypering (HLA-typering).
Er bestaan zeer veel verschillende types weefsel, die worden gekenmerkt door speciale herkenningsstoffen van het lichaam; het zogenoemde HLA-systeem. Dit is een soort unieke streepjescode op uw cellen, waardoor uw cellen vreemde cellen van eigen cellen kunnen onderscheiden.
Het weefseltype stellen we vast via HLA-typering door middel van bloedonderzoek. Het doel van deze HLA-typering is om een zo goed mogelijk passende donor bij de ontvanger te vinden. Als u bloedverwant bent van de potentiële ontvanger, kan er al een HLA-typering zijn verricht in het dialysecentrum. Dit onderzoek wordt in het kader van een levende donatie gedaan om de overeenkomsten en verschillen tussen de weefseltypes van de potentiële donor en ontvanger te bepalen. Dit is een van de factoren waarmee de kans op succes van een eventuele transplantatie is in te schatten.
Kruisproef.
Om te zien of de ontvanger afweerstoffen heeft tegen weefsel van de donor, doen we een kruisproef. Hierbij brengen we in het laboratorium bloed van de donor en de ontvanger bij elkaar.
Het kan zijn dat blijkt dat de ontvanger afweerstoffen heeft tegen de donor. We spreken dan van een positieve kruisproef (niet goed). Als de kruisproef positief is, is een transplantatie niet mogelijk. Heeft de ontvanger geen antistoffen tegen de donor (negatieve kruisproef), dan is in principe transplantatie mogelijk.
Deze gegevens zijn noodzakelijk om te beoordelen of transplantatie met een donornier mogelijk is. Bij een directe donatie kunt u een nier geven aan uw ontvanger als de bloedgroep overeen komt en de kruisproef negatief is. Ook als er geen (directe) match is, zijn er mogelijkheden, zoals transplantatie ‘over de bloedgroep heen’. Het is altijd de moeite waard om te bekijken of u voor een bijzonder programma in aanmerking komt.
Voor nog meer informatie kunt u onderstaande websites bezoeken.
Manieren om te helpen
Elke stap, hoe klein ook, draagt bij aan hoop en een potentiële toekomst. Van het spreken over orgaandonatie tot het delen van mijn verhaal, uw steun is een bron van kracht.
Heb je nog vragen? Email naar queenindo@hotmail.com
Maak jouw eigen website met JouwWeb